Wat is beter, vriendelijk of streng?

In de gezinnen waar mijn ouders opgroeiden werd af en toe geslagen. Dat was toen nog geen schande maar eerder gebruikelijk. Toen mijn ouders elkaar ontmoetten hebben zij volgens mij afgesproken dat ze hun kinderen nooit zouden slaan. Mijn drie zussen en ik kunnen zich niet herinneren dat er ooit iemand binnen het gezin is geslagen.

Mijn ouders werden af en toe (heel) boos. Dat was zover ik mij herinner vrijwel altijd terecht en boos worden hoorde er gewoon bij. Het bleek effectief om het gedrag van de kinderen bij te sturen.
Als docent gebruikte ik boosheid om grenzen te stellen en het werkte precies zoals ik het thuis gewend was: de leerlingen pasten hun gedrag aan. Op die momenten kwam ik over als boze, strenge docent.

Een van mijn oud-leerlingen, Peter van der Bosch werd Rapper. Na een carrière onder de naam Tony Scott, vroeg hij mij om met hem samen te werken. Vanaf 2000 gaven Peter van der Bosch en ik samen muziekles. Peter van der Bosch bleek die boosheid bij het contact met de leerlingen niet te gebruiken. Hij bleef altijd vriendelijk. Zijn vriendelijk benadering van de leerlingen boeide mij. Van hem leerde ik hoe je als docent niet meer boos hoeft te worden.

Wat mijzelf betreft is in twee generaties eerst slaan verdwenen en vervolgens boosheid als middel om als ouder je zin te krijgen. Samen met Peter zocht ik naar manieren om andere docenten van de winst van een vriendelijk aanpak op de hoogte te stellen. Hoe konden wij andere docenten duidelijk maken dat het niet nodig was om voor de klas regelmatig uit je vel te springen?

Op de middelbare school droeg ik in de les geen bril. Ik vond mijzelf met bril lelijk en daarom droeg ik de bril niet. Veel lessen vond ik oninteressant en ook vaak begreep ik er ook niet veel van. Rechts van mij zat een jongen genaamd Hans Brandenburg. Hij haalde voor de meeste vakken uitsluitend een 10. Op een dag vroeg ik hem of hij mij wiskunde kon uitleggen. Dat wilde hij graag. Ik begreep het direct en vroeg hem of dit alles was. Deze succesformule paste ik toe op meerdere vakken zoals Scheikunde. Voor mij bleek vragen stellen een efficiënte manier om te studeren.

Persoonlijk is mijn streven om een vriendelijk persoon te zijn / worden. Dit is een proces dat continu aandacht verdient. Terugkomend op de vraag hoe je als docent boosheid achter je kunt laten. Hiervoor kunt u deelnemen aan de cursus Vriendelijk orde houden. Indien gewenst kunt u zich na de cursus opgeven voor coaching. De coach is dan uw vraagbaak.
Tenslotte een tekst van de site van de NOS. Daarin wordt duidelijk dat je zowel met streng als met vriendelijk zaken kunt doen. Ikzelf prefereer, net als Amsterdam, een vriendelijk beleid.
https://nos.nl/artikel/2212296-33-000-mensen-uit-bijstand-in-rotterdam-en-amsterdam.html. Dit artikel is in zijn geheel zonder aanpassingen hieronder te lezen. De laatste alinea is door mij cursief gedrukt geeft antwoord op de vraag van deze blog.
Amsterdam en Rotterdam hebben de afgelopen vier jaar zo’n 33.000 mensen vanuit de bijstand aan werk geholpen. In Rotterdam ging het om 15.590 mensen, van wie er ruim 13.000 niet alsnog terugvielen in de bijstand. Dat ligt hoger dan de 12.000 die het Rotterdamse college als doelstelling had gesteld.
In Amsterdam kwamen 23.000 mensen aan het werk, van wie 18.000 mensen uit de bijstand.
‘Rechtvaardig’
Rotterdam had de afgelopen vier jaar een streng beleid, waarbij aanvragers van een bijstandsuitkering veel informatie moeten aanleveren en er strenge verplichtingen zijn verbonden aan een uitkering. Ook controleert de gemeente intensief op bijstandsfraude en zijn de afgelopen vier jaar 2150 uitkeringen beëindigd vanwege fraude of per ongeluk verkeerd verstrekte gegevens.
Wethouder Struijvenberg van Werkgelegenheid vindt het beleid niet per se streng. “Ik noem het liever rechtvaardig. Het Rotterdamse beleid is gericht op uitstroom naar werk. Thuiszitten is geen optie.”
Vriendelijk beleid
Amsterdam typeert zijn eigen aanpak juist als vriendelijk. Het richt zich op mensen met minder kans op werk en er wordt niet gezocht naar de kortste weg naar een nieuwe baan. Volgens het college stonden mogelijkheden van werkzoekenden centraal en hoeven bijstandsgerechtigden niet zonder loon te werken. Ook is de verplichte tegenprestatie voor een uitkering niet ingevoerd in de stad.
“Deze cijfers laten duidelijk zien dat je met vriendelijk doen minstens zo veel mensen verder helpt als met streng doen”, zegt wethouder Vliegenthart van Sociale Zaken. Hij denkt dat de Amsterdamse aanpak leidt tot duurzame uitstroom, omdat de ambtenaren volgens hem weten welk werk aansluit bij de motivatie van werkzoekenden. “Als ze iets doen wat bij ze past, raken ze minder snel opnieuw werkloos.”

 

Vriendelijk en duidelijk

Jarenlang heb ik gezocht naar nieuwe vormen van werken met als doel het doorbreken van hiërarchie en het bevorderen van samenwerking. Met de Stichting Rapucation heb ik daarvoor diverse initiatieven ondernomen zoals

  • een twintigtal projecten op middelbare scholen genaamd First ID.
  • een cursus voor docenten waarmee ze vriendelijk en duidelijk les kunnen geven genaamd Vriendelijk orde houden.
  • een muziek methode voor het basisonderwijs genaamd Wij maken samen muziek.
  • De Kizzo Band die geïmproviseerde muziek maakt.

De Kizzo Band bestaat uit een groeiende groep muzikanten die steeds hechter begint te worden en waar de idealen waar ik naar zocht goed tot uiting komen:
De Kizzo Band is een open gezelschap dat bestaat uit amateurs en professionals. De Kizzo Band staat voor democratische principes. Met deels zelf ontworpen gebaren dirigeren de bandleden elkaar om de beurt. Zowel de dirigent als de spelers beïnvloeden de muziek. Doordat iedereen in afwisseling volgt en leidt, gunt iedereen elkaar de leiding. Voor de bandleden is het enerverend om steeds te reageren op een andere dirigent. Iedereen doet zijn best om zo goed mogelijk te improviseren en samen te spelen. De repetities van de Kizzo Band kenmerken zich door veel spelen, weinig praten en veel variatie. Een praktisch voordeel voor uitvoeringen is dat de bezetting mag variëren. Tijdens voorstellingen nodigt een tweede dirigent het publiek uit om deel te nemen aan de improvisatie.
In de tijd dat ik op school zat leerde ik het meest van vragen stellen aan personen die deskundig waren. Deze stijl van leren zie ik nu terug in de Kizzo Band. De manier waarop amateurs en professionals in de Kizzo Band samenwerken, lijkt op de manier hoe vroeger een ambacht werd geleerd. Voor, tijdens en na de repetities is er alle tijd om elkaar vragen stellen en van elkaar te leren.
Welke eigenschappen hebben muzikanten in de Kizzo Band?
Ze zijn voorzichtig: De samenwerking en de begrenzing door de dirigent zorgt voor een voorzichtige, zorgvuldige manier van spelen.
Ze matigen zichzelf: De dirigent matigt indien nodig de volumes verschillende instrumenten zodat solo’s beter tot hun recht komen. De instrumenten met een begeleidende rol matigen op verzoek van de dirigent of uit eigen beweging hun volume tijdens een solo van een andere speler.
Ze tonen moed: Als de dirigent je vraagt een solo te maken, dan mag je je voorzichtigheid laten varen. Tijdens een solo dien je te stralen. Daar is moed voor nodig.
Als dirigent handelen ze rechtvaardigheid: De dirigenten houden rekening met de wensen en mogelijkheden van de muzikanten en betrekken iedereen bij het spel.
Ik zelf zoek al jaren naar een manier van werken die hiërarchische patronen doorbreekt. Tijdens mijn zoektocht bleef ik geloven dat het mogelijk moest zijn om hiërarchie te doorbreken zonder dat daarvoor chaos in de plaats komt. Nu merk ik dat mijn wens bij de Kizzo Band is gerealiseerd. Bij de Kizzo Band is het leiderschap niet meer in één hand maar om de beurt in de ieders hand.
Tijdens het dirigeren zijn twee dingen belangrijk: vriendelijkheid en duidelijkheid. Als een dirigent vriendelijk en tegelijk duidelijk is, accepteer je des te beter de aanwijzingen.
Alle leden van de Kizzo Band zien elkaar dirigeren en horen elkaar spelen. Zij kunnen ideeën op het gebied van dirigeren en van spelen van elkaar overnemen. Het elkaar vrij laten en het elkaar gunnen van ruimte is een constante factor bij de Kizzo Band.
De non-verbale manier van dirigeren van de Kizzo Band, is doorgaans eenduidig. Door weinig te praten en non-verbaal te dirigeren voorkom je als dirigent dat je bandleden verbaal op een onaangename manier aanspreekt.
Iedere muzikant ervaart om de beurt hoe het is om de leiding te nemen. Hierdoor zijn er geen hiërarchische patronen die door onderliggende partijen aangevochten worden en daarom is er in de Kizzo Band weinig of geen onenigheid te bespeuren.
Tenslotte
Staan bij u hiërarchische structuren in de weg staan en/of laat de samenwerking wensen over? Zoek dan naar oplossingen die vriendelijkheid en duidelijkheid combineren en die het mogelijk maken de leiding om beurten in handen te nemen.

Mocht u met ons in gesprek willen gaan:
Rapucation denkt graag met u mee: info@rapucation.eu
Johan ’t Hart
Secretaris Rapucation

Blog #9 Vertrouwen – een positief bericht uit het onderwijs

Jan Terlouw sprak in DWDD over vertrouwen dat verloren is gegaan. Net als in de politiek staat ook in het onderwijs vertrouwen onder druk. Het is niet vanzelfsprekend dat docenten en leerlingen elkaar vertrouwen. Graag stel ik u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen waarbij het mogelijk is om in het onderwijs te werken aan herstel van vertrouwen.

 

De afgelopen 37 jaar heb ik als muziekleraar mijn passie voor muziek willen delen met mijn leerlingen. Om dat voor elkaar te krijgen zijn mijn lessen er steeds anders uit gaan zien. Uiteindelijk kwam ik uit op deze formule: eerst 30 minuten zelfstandig werken dan 20 minuten samen muziek maken.

Graag vertel ik u hoe het vertrouwen in elkaar weer vanzelfsprekend is geworden in mijn lessen.

Zelfstandig werken
Aan het begin van elk blok van acht lessen vraag ik de leerlingen uit een lijst van 25 onderwerpen een keuze te maken. Om hen op weg te helpen, werk ik met assessments. Daarbij stel ik hen elke acht weken drie vragen: Wat wil je leren? Wat kun je al? Hoe ga je je leerproces aanpakken? Ik vertrouw erop dat mijn leerlingen zelf weten wat ze willen leren. 

Per onderwerp zet ik op internet aanwijzingen klaar. Die aanwijzingen bestaan uit concrete oefeningen en doorverwijzingen naar sites waar ze nog veel meer kunnen leren.

Na deze acht weken evalueren de leerlingen wat er van hun plan terecht is gekomen en kiezen ze een nieuw onderwerp. Tijdens het zelfstandig werken heb ik twee verschillende rollen: die van helpende hand en die van een docent die bijstuurt. Om nu voor iedereen duidelijk te maken welke rol ik precies speel, draag ik bij het bijsturen een geel hesje dat ook wel gebruikt wordt bij pech op de weg. Zo ontstaat een veilige omgeving en komt iedereen tot zijn recht.

Samen muziek maken
In de laatste twintig minuten van de les maken we samen muziek. Ik begin dit deel van de les met zelf te dirigeren. Daarna vraag ik wie van de leerlingen wil dirigeren. Daar is veel animo voor. Ook als leerlingen dirigeren is de hele klas aandachtig. Als ik een klas toevertrouw aan een leerling die dirigeert, ben ik één van de muzikanten. Goede muzikanten weten wat ze aan elkaar hebben en vertrouwen elkaar. Als de klas samen goed muziek kan maken, dan moet er vertrouwen zijn. Als het niet lukt om samen te spelen en men is ongeconcentreerd en onrustig, dan weet ik wat mij te doen staat: Ik vraag met gebaren om stilte en geef slechts drie aanwijzingen ter voorkoming van verstoringen. Bij de vierde verstoring vraag ik de leerling een reflectieverslag te schrijven. In dit reflectieverslag geeft de leerling zelf aan welke oplossing er is voor de verstoring. Dit verslag levert hij/zij de volgende dag om 8.15 in. De bespreking van het verslag herstelt de band tussen mij en de leerling. Dat ze  eerder op school moeten komen om een zelf geschreven brief te bespreken zorgt ervoor dat de meeste leerlingen zich goed gedragen tijdens de les.

Zowel bij zelfstandig werken als bij samen muziek maken, geef ik de leerlingen vertrouwen en verantwoordelijkheid.

Het zelfstandig werken, zorgt ervoor dat eigen initiatieven een kans krijgen. Samen muziek maken maakt het mogelijk de verworven vaardigheden te combineren. Als iedereen samen muziek maakt en geniet van elkaars bijdrage dan kan het niet anders dan dat we elkaar vertrouwen.

Zie ook www.wijmakensamenmuziek.nl  en  www.vriendelijkordehouden.nl

Blog #8 Laat grove taal achterwege

In 2007 schreven twee docenten een artikel over het resultaat bij het weglaten van grove taal in het onderwijs. Lees het artikel in dit blog, dat vandaag de dag nog steeds actueel is.

 

Grofheid is vaak louter voor de bühne. Laat dat weg, pas dan kunnen we ongestoord over de inhoud praten.

Zesentwintig jaar lang geef ik muziekles op het Pieter Nieuwland College, een middelbare school in Amsterdam. Sinds twee jaar werk ik ook op het Cygnus Gymnasium. Met mijn leerlingen luister ik naar allerlei soorten muziek, ook naar rap. Toen de afgelopen jaren het taalgebruik van de rapteksten steeds grover werd, hebben we in de klas de regel ingesteld dat als een leerling zelf een rap maakt, grof taalgebruik afbreuk doet aan het cijfer. Niet dat men er direct ’netter’ door ging rappen.

Ik moest eraan denken omdat er in Nederland debat wordt gevoerd over wat we tegen elkaar kunnen zeggen. De toon en de inhoud van het maatschappelijk discours staan ter discussie. Hoe spreken autochtonen en allochtonen elkaar aan, en wat mogen zij vrijelijk over elkaar zeggen? Mijn ervaring is dat er wel degelijk iets te doen valt tegen oprukkend grof taalgebruik.

Onlangs wilde een meerderheid van de leerlingen dat we het nummer ’Watskeburt’ van De Jeugd van Tegenwoordig zouden toevoegen aan het zangrepertoire. We beluisterden het nummer, het bleek niet door de beugel te kunnen. Fouter dan fout, met passages als ’Fuck you man, ik verkoop ’r crack stomme slet’. Een collega-docent, Peter van der Bosch, schreef een eigen versie, de parodierap ’Word-gekurd’: „Ik denk dat ze nu genoeg weten, ja toch?/ want al die gekke woorden van ze /dan kan toch niet?”

We studeerden deze cover in met alle leerlingen en deelden mee dat het voortaan verboden was om grof en respectloos taalgebruik te bezigen in het muzieklokaal. Vrijwel klakkeloos werd dit gebod opgevolgd. Een enkele leerling belde mij op met de vraag: ’Meester, mag ik één keer shit zeggen in een nummer’? Mijn antwoord was: „Wat denk je zelf”? Daarmee was er genoeg gepraat. Het mocht gewoon niet.

Vanaf dat moment corrigeerde iedereen elkaar. Ook spraken leerlingen ons, docenten, aan op fout taalgebruik. Er was een nieuwe norm en die werd eigenlijk heel soepel geaccepteerd en gehandhaafd.

De scholen waarop ik werk zijn een afspiegeling van de Amsterdamse bevolking. Dit is niet gebruikelijk, want de meeste Amsterdamse scholen zijn zwart of wit. Bij schrijfwedstrijden die wij organiseren, blijken leerlingen vaak indringende, idealistische teksten te schrijven. Ze kennen het belang van respectvol samenleven uit de dagelijkse prakrijk.

Frits Abrahams en Paul Cliteur schreven onlangs in NRC Handelsblad over de toon waarop we in de samenleving met en over elkaar spreken. Als we zouden overeenkomen dat we elkaar niet meer inhoudelijk grof aanspreken (met weglating van bijvoorbeeld ’geitenneukers’, ’parasieten’ en ’vuile racisten’), dan verbeteren zowel de toon als ook het rendement van onze gesprekken. Grofheid is vaak louter voor de bühne, voor effectbejag op de korte termijn. Als de inhoud van een mededeling eerst door het filter van respectvol taalgebruik gaat, dan is de resulterende toon al gematigd. Pas als deze overeenstemming is bereikt, zullen we in Nederland ongestoord over de inhoud kunnen praten.

Als wij als leraren toelaten dat leerlingen elkaar uitschelden, dan voelt niemand zich meer thuis. De discussie die columnisten als Van Doorn, Ellian, Abrahams en Cliteur voeren is ook gebaat bij overeenstemming over de uitgangspunten en de basale omgangsvormen.

Leraren helpen kinderen fatsoen en respect bij te brengen. Maar zullen ouders het goede voorbeeld geven? Je kunt niet je kinderen willen opvoeden in deugdzaamheid en tegelijk onfatsoen en disrespect in de samenleving bepleiten.

Blog #7 Humanisme

Een aantal vragen kwamen bij het lezen van dit boek bij mij op: Waar schoot het humanisme te kort in de periode van de twee wereldoorlogen? Is het mogelijk om de gedachtes van het humanisme te versterken zodat we tegenwicht kunnen bieden aan populistische stromingen? Zal de Europese Unie in tact zal blijven?

In “Alles doet mee aan de werkelijkheid” schrijft Paul Scheffer over zijn grootvader Herman Wolf (1893-1942). Wolf is een Humanist die alle standpunten van de filosofen van zijn tijd overweegt en meeweegt. Het Humanisme geeft ruimte aan individuele vrijheid en autonomie. Redelijkheid, zedelijkheid en esthetisch leven staan voorop. Het Humanisme pretendeert een laatste antwoord op de laatste vragen van het menselijk leven te kunnen geven. Mens-zijn in de waarachtige zin brengt volgens het Humanisme de drang met zich mee om boven onszelf uit te kunnen stijgen. Het inzicht van Wolf “alles doet mee aan de werkelijkheid”, geeft ook het kwaad een plaats. “Het Humanisme dat Wolf omarmt, is natuurlijk allereerst een erfenis van de verlichting. Maar hij probeert de weerbaarheid ervan te vergroten door de inzichten van de romantiek – vooral een erkenning van het noodlot als deel van het menselijk bestaan – een plaats te geven.”

In eerste instantie blijft Wolf afzijdig van politiek maar ontkomt na de machtsovername van Hitler niet aan het innemen van een standpunt tegenover Nazisme. Wolf is in 1936 een van de ondertekenaars van de oprichtingsverklaring van het “Comité van waakzaamheid van anti nat.-socialistische intellectuelen”. Hoe is het mogelijk dat cultuur en beschaving zo makkelijk ingeruild worden voor nationalisme? Hoe komt het dat de grote meerderheid in plaats van aan vrijheid behoefte heeft aan gebondenheid en ontzag?  Het comité wil alle krachten bundelen om een halt toe te roepen aan het brute optreden van de Nationaalsocialisten. Een moeilijke beslissing is dan of communistische Rusland te hulp geroepen mag worden. Thomas Mann, waarmee Herman Wolf correspondeert, krijgt ook met deze vraag te maken. Mann schrijft in een brief aan Wolf het volgende: “en toch ben ik bang dat ik mijn politieke plicht zou verzaken, en ook een menselijke tactloosheid zou begaan, wanneer ik me als Duits schrijver zou scharen achter een communistische titel en daarmee indirect mijn volk zou suggereren de ene dictatuur in te ruilen voor de andere”.

Wolf zoekt naar een levenskunst: “Hoe moet ik leven om een leven in vrede, rust, innerlijke vrijheid en onafhankelijkheid te kunnen leiden?”.  Kan dat als er een wereldoorlog voor de deur staat? “Juist in een min of meer geordende samenleving neemt het besef vaak af dat onder de oppervlakte van de vrede altijd het geweld sluimert”.

Een aantal vragen kwamen bij het lezen van dit boek bij mij op:  Waar schoot het humanisme te kort in de periode van de twee wereldoorlogen? Is het mogelijk om de gedachtes van het humanisme te versterken zodat we tegenwicht kunnen bieden aan populistische stromingen?  Zal de Europese Unie in tact zal blijven?

Als muziekleraar en nu ook als begeleider van docenten, zoek ik naar vrijheid van een bepaalde kwaliteit die je pedagogisch zou kunnen aanduiden als volwassen vrijheid. Ook zoek ik naar democratische vrijheid: Hoe creëer je een democratische ruimte waarin iedereen met aandacht naar elkaar luistert, waar ideeën ongeacht wie ze inbrengt, door een onbevooroordeelde groep op waarde worden geschat? In beide gevallen is het “ontwapenen” van de sterke persoonlijkheid het werkzame bestanddeel van deze zoektocht.

Om dit te bereiken werk ik met efficiënt klassenmanagement waardoor veiligheid ontstaat en de les niet verzand in ruis. Indien mogelijk draagt ik als docent de leidende rol over aan leerlingen waardoor behalve de docent ook leerlingen in het centrum van de aandacht kunnen staan.
Verder laat ik mijn leerlingen keuzes maken en laat ik ze met die keuzes in alle vrijheid aan de slag gaan. Deze manier van werken leidt er toe dat leerlingen zich in elke groep op hun gemak voelen, veilig voelen en vrij kunnen bewegen. De Humanistische idealen als redelijkheid, zedelijkheid en esthetisch leven geeft iedere leerling dan zelf vorm.

Volwassen vrijheid, efficiënt klassenmanagement, en leren omgaan met keuzes horen thuis in het onderwijs. Waar ik op hoop is dat populistische uitspraken voorbij zullen gaan aan leerlingen die onderwijs krijgen dat is gericht op een volwassen bestaan in- en met de wereld.

Met dank aan Gert Biesta voor zijn bijdrage aan dit blog. Lees in aansluiting op dit blog zijn artikel “wereldgericht onderwijs: vorming tot volwassenheid”. Een citaat uit dit artikel: “Door volwassenheid als een zijnskwaliteit te beschouwen, kunnen we zowel afstand doen van de idee dat mensen met grote lijven altijd op een volwassen manier in de wereld zijn, als van de idee dat mensen met kleine lijven daar per definitie niet toe in staat zouden zijn. Het tegendeel is vaak het geval.” Dit artikel is vanaf september gratis te downloaden.
https://www.professioneelbegeleiden.nl/wereldgericht-onderwijs-vorming-tot-volwassenheid

Blog #6 Analogie:

Een rustige leraar dwingt respect af door zijn zelfbeheersing. Net als op macro niveau de burger belang heeft bij een gezaghebbende, sterke, vredelievende staat.

Steven Pinker beschrijft in “The better angels of our nature – a history of violence and humanity” een neerwaartse trend wat betreft moord en doodslag. Het aantal dodelijk slachtoffers per jaar per 100.000 inwoners is in West-Europa in de periode van 1200 tot nu gedaald van 80 naar 1. Wereldwijd zijn dalende trends waar te nemen. Deze daling heeft volgens Pinker te maken met de opkomst van de staat. Hobbes leverde de theorie hiervoor met “Leviathan”.

De staat bepaalt via het het parlement wetten.  De politie ziet toe op het naleven van de wet. De rechterlijke macht beoordeelt overtredingen van de wet. Ernstige overtredingen leiden tot gevangenisstraf. Hierdoor vechten burgers conflicten niet langer zelf uit. In plaats daarvan spreekt de staat onpartijdig recht en neemt de neiging om voor eigen rechter te spelen af en daarmee ook het aantal geweldsmisdrijven. Als burgers het recht in eigen hand nemen zijn zij geen helden, maar criminelen die worden gestraft door de almachtige staat. Sinds de negentiende eeuw spelen de beschavingsnormen van het rationalisme een centrale rol. Beschavingsnormen die overigens volgens sociologen direct samenhangen met de opkomst van de staatsmacht. Geweld, eigenrichting, eerwraak, oog om oog tand om tand, dat hoort bij een onbeschaafde samenleving. Zelfbeheersing wordt de norm.

Geweldsdriehoek

Ik zie een analogie met het onderwijs. Ook daar is de invloed van het rationalisme zichtbaar. Nog niet zo heel lang geleden was het gebruikelijk in het onderwijs om op de hand te slaan met een rietje. Nu zou dit een aanleiding zijn voor ouders om aangifte te doen bij de politie. Is een docent die geen geweld of macht toegepast machteloos? Is er een vreedzame manier om orde te houden?

Het is voor iedere docent een uitdaging om een vriendelijke houding te tonen en bij iedere verstoring terug te vallen op een duidelijke structuur. Zo neemt de docent niet deel aan een conflict. Een rustige docent dwingt respect af door zijn zelfbeheersing en zijn onafhankelijke opstelling. Als een docent emotioneel betrokken raakt bij verstoringen leidt dat tot verlies van onafhankelijkheid en komt de docent terecht in de rol van agressor of slachtoffer. De boosheid van de docent bij een verstoring is een primaire reactie. Er zitten dan haken en ogen aan een bezoek aan de schoolleiding. Is de schoolleiding wel onafhankelijk? Ontstaan er niet nog meer conflicten als de schoolleiding partij kiest voor een docent die zich te agressief opstelt? Met het toepassen van de structuur voorkomt de docent primaire reacties.
In plaats van boos te worden, gebruikt de docent een escalatieladder. Bijvoorbeeld:  “Je kunt nu stoppen met dit gedrag, anders moet ik je helaas een grotere opdracht geven“. Weigert de leerling de opdracht te maken, dan is het aan te raden om opnieuw niet boos te worden maar zowel contact op te nemen met de ouders als met de schoolleiding. In het eerder genoemde rationele mensbeeld past dat de docent de leerling niet ziet als een jonge wilde die getemd moet worden, maar als een rationeel wezen die zijn belangen afweegt. Door zo te handelen vermindert de docent het aantal verstoringen van de les en ontstaat een effectieve les.

Ik raad elke docent aan beledigingen weg te laten. Zo bewaart u uw onafhankelijkheid en kunt u vriendelijk blijven. Tolereer niet dat uw leerlingen elkaar beledigen, hiermee voorkomt u conflicten. Een les is effectief als de docent consequent de met de klas besproken structuur volgt. De docent beschermt de goedwillende leerlingen door diegenen die de les verstoren te confronteren met tijdrovende consequenties. Waarschuwen zonder consequenties leidt tot nog meer verstoringen. Is het dan nog mogelijk om als docent jouw interesse voor je vak met je leerlingen te delen? Een rustige leraar dwingt respect af door zijn zelfbeheersing. Net als op macro niveau de burger belang heeft bij een gezaghebbende, sterke, vredelievende staat.

Meer weten? www.vriendelijkordehouden.nl

Blog #5 Uitvinding van de menselijkheid

De Amerikaanse econoom Robert Gordon schreef het boek The Rise and Fall of American Growth. Hierin geeft hij aan dat wij nu in een periode van stagnatie zitten. Tussen 1870 en 1970 plukten mensen de vruchten van de uitvinding en toepassing van elektriciteit, hygiëne in de gezondheidszorg, de telefoon, nieuwe landbouwtechnieken, vervoersmiddelen. Volgens Gordon is er na 1970 een gebrek aan grote uitvindingen. Wij denken dat er momenteel op één belangrijk gebied uitvindingen nodig zijn: de menselijkheid.

Persoonlijk ben ik van mening dat wij in deze tijd van aanslagen niet zozeer behoefte hebben aan een technologische uitvinding als wel aan uitvindingen waarbij menselijkheid centraal staat. De 21e eeuw zou in een stroomversnelling kunnen raken door: De uitvinding van de menselijkheid. Deze titel is gekozen na het lezen van een artikel van Robert Gordon in de NRC van 19 mrt 2016 getiteld: ‘Alle grote uitvindingen zijn inmiddels wel gedaan’.

Hieronder bespreek ik eerst de urgentie van de uitvinding van de menselijkheid. Vervolgens vertel ik over een laboratorium waarin een ontwikkelgroep aan de menselijkheid heeft gewerkt. Daarna geef ik aan welke doelgroep de ontwikkelgroep op het oog heeft. Dan bespreek ik de kenmerken van de uitvinding en de toepassingen daarvan. Verder vertel ik iets over de groep die gewerkt heeft aan een uitvinding. Tenslotte vertel ik wat de onderzoeksgroep tot nu toe heeft bereikt.

1. Urgentie van de uitvinding
In 2007 las ik een boek van Paul Cliteur: Moreel Esperanto. Het laatste deel van het boek verontrustte mij. Vooral het gedeelte van het boek waarin invloedrijke leiders afkomstig van verschillende geloofsrichtingen de strijd aankondigen in naam van hun geloof deed mij de haren recht overeind staan. Ik zag in mijn fantasie de tanks door mijn straat rijden. Ik besloot toen om al mijn energie en mogelijkheden in te zetten om tegenwicht te bieden tegen de chaos die leek te komen. Deze negen jaar hebben geresulteerd in een bijdrage aan de uitvinding van de menselijkheid waarmee ik hoop dat docenten hun boosheid achter zich kunnen laten en dat steeds meer leerlingen met plezier naar school gaan. Zo hoop ik dat leerlingen die profiteren van een veilige plezierige omgeving goed voor onze aarde zullen zorgen

2. Laboratorium
Het laboratorium van deze uitvinding is de school waarin ik muziekles geef sinds 1980, het Pieter Nieuwland College. Het is een school met leerlingen van verschillende afkomst. Per jaar heb ik gemiddeld vijfhonderd leerlingen die ik lesgeef zonder dat er iemand over mijn schouder meekijkt en mij vertelt wat ik moet doen. Ik kan dus al mijn lessen volledig in het teken zetten van menselijkheid. Het laboratorium breidt zich uit via de Stichting Rapucation naar nieuwe scholen in Nederland.

3. Doelgroep
De doelgroep waarop wij de uitvinding van de menselijkheid op dit moment toepassen is het onderwijs. Via projecten (Veiligheid door verbinding) verbinden we leerkrachten, leerlingen, schoolleiding en ouders met elkaar. Pas wanneer iedereen doeltreffend met elkaar samenwerkt ontstaat er direct resultaat. Ook kunnen individuele docenten uit zowel PO als VO hun eigen uitvinding van de menselijkheid vormgeven tijdens de cursus Vriendelijk orde houden. Geïnspireerd door onze werkwijze en ervaringen ontwikkelen de deelnemers hun eigen systeem om boosheid te vervangen door vriendelijkheid en  duidelijkheid.

4 Kenmerken van de uitvinding van de menselijkheid
De ontwikkelgroep brengt de menselijkheid terug door te werken aan drie peilers:

  •  Kennismaken via persoonlijke verhalen (dit kan geschreven zijn, getekend of ieder andere gewenste vorm), waardoor een band ontstaat en je elkaar beter begrijpt.
  •  We gaan vriendelijk met elkaar om door de volgende stappen te doorlopen:
    – Leraar en leerlingen omschrijven gezamenlijk het gewenste gedrag
    – Van iedereen verwachten we nu dat je dit gewenste gedrag toont. Om dit te realiseren maakt de docent gebruik van lichaamstaal en non-verbale signalen
    – De leraar stuurt gedrag met een beperkt aantal waarschuwingen bij.
    De sfeer in de klas verbetert en klassenmanagement neemt steeds minder lestijd in beslag.
  • Talentontwikkeling door samen muziek te maken. Leerlingen werken acht weken aan een eindvoorstelling waarin ze hun talenten aan elkaar, aan de juffen en ouders laten zien. Ze maken samen muziek door improvisatie en te dirigeren, ze maken een klassenrap en tonen hun individuele talenten. De leerlingen krijgen een band met elkaar waardoor er veiligheid ontstaat.

5 Toepassingen
Een uitvinding is pas een uitvinding als deze herhaalbaar is in allerlei omstandigheden. De doelgroep van Rapucation is het onderwijs. Om meerdere testsituaties te creëren is de Stichting Rapucation opgericht die inmiddels op negentien scholen projecten heeft uitgevoerd. Deze aanpak werkt het beste als alle volwassenen waar een kind mee te maken heeft dezelfde aanpak hanteren. Op het VO is dat lastig. Het is niet eenvoudig alle docenten op een lijn te krijgen. Op het PO kan Rapucation dit door het kleine aantal leerkrachten per groep beter realiseren.

6 Ontwikkelgroep
In de afgelopen 9 jaar heb ik zelf gericht gezocht naar boeken over het onderwerp menselijkheid en heb ik contact gezocht met experts. Mijn muzieklessen zijn bijgewoond door vele geïnteresseerden.  Deze zoektocht naar menselijkheid zet zich voort in projecten op scholen. Ikzelf ben begonnen met deze projecten en op dit moment voeren medewerkers van de Stichting Rapucation de projecten uit. Wij proberen steeds de projecten te stroomlijnen en verder te ontwikkelen. Velen hebben een bijdrage geleverd aan wat Rapucation nu aanbiedt als project voor het PO en als cursus voor VO docenten.

7 Resultaten.

  • Er is onderzoek gedaan naar de effecten van onze aanpak door Michel Couzijn, onderzoeker bij de Lerarenopleiding van de UvA in Amsterdam. Op dit moment interviewen wij docenten VO die werken met de nieuwste aanpak. Verslagen daarvan verschijnen nu op onze website.
  • Wat betekent deze aanpak voor mij, als ontwikkelaar, persoonlijk? Als muziekdocent maar ook in mijn privéleven lukt het mij steeds beter om niet boos te worden.
  • Recent heeft Rapucation twee projecten op twee basisscholen in Rotterdam met succes afgerond. De betrokken leerkrachten gaan nu de nieuwe ervaring delen met hun collega’s.
  • Op het Pieter Nieuwland College hebben tien geïnteresseerde docenten de cursus Vriendelijk orde houden gevolgd. De resultaten hiervan zijn hoopgevend.

Tenslotte
Mijn voorstel is om Moreel Esperanto vooraan de uitvinding van de menselijkheid te noemen. Deze titel is dan mede te danken aan Robert Gordon. Met deze uitvinding hoop ik dat docenten hun boosheid achter zich kunnen laten en dat de leerlingen de vriendelijke houding van hun docenten overnemen.

 

Blog #4 Fluitend naar school

Elke docent krijgt vroeger of later te maken met onplezierige reacties van leerlingen. Ikzelf herinner mij momenten dat ik naar school fietste maar dat mijn maag omdraaide bij de gedachte dat ik een bepaalde klas die dag les moest geven. Tijdens de 36 jaar dat ik muziekles gaf, zocht ik voortdurend naar oplossingen. Hieronder de belangrijkste stappen in dit proces. Daarna vertel ik wat dat voor mijn leven heeft betekend.

Weg met de straatcultuur.
Op het schoolplein en in de gangen van de school is het u vast wel eens opgevallen dat leerlingen elkaar soms ruw kunnen benaderen. Bij veel lessen die ik als coach bijwoon, zie ik de leerlingen lawaaierig en provocerend binnenkomen. Ik zie dat gedrag als een verlengde van de straatcultuur. Voor mijzelf heb ik vrij recent ontdekt dat de mededeling op het bord “Niet praten bij het binnenkomen  en leg je schrift open op tafel” een groot deel van de oplossing biedt. Echt helemaal stil is het dan niet als ze binnenkomen maar wel veel stiller dan ik gewend was. Dat mij dit lukt is te danken aan het feit dat ik het aantal waarschuwingen beperk. De derde leerling die een waarschuwing krijgt, schrijft thuis een brief aan mij. In deze brief vraag ik de leerling te zoeken naar een verbetering van het eigen gedrag. Leveren ze de brief de volgende dag niet in dan bel ik de ouders. Zo verdween uit mijn lessen geleidelijk de straatcultuur. Een niet onbelangrijk deel van de oplossing van orde problemen is het gebruik van non-verbale lichaamstaal. Als ik merk dat leerlingen niet bij de les zijn, ga ik rustig zitten en kijk naar de bron van de onrust. Vanzelf wordt het dan stil. Dit heb ik echt moeten leren. In mijn lessen zie ik nu tevreden leerlingen.

Wat betekent deze stap voor mijn leven?
Als eerste verminderde het aantal conflicten die ik had met leerling op school geleidelijk. Er gaat nog wel eens iets mis, maar het mag geen naam meer hebben. Jaren geleden begon het mij op te vallen dat in mijn gezin af en toe ook grove taal gebruikt werd. Ik vroeg mijn gezin hier mee te stoppen en dat deden ze meteen. Tijdens een vakantie met een vriend viel mij op dat hij nogal ruw uit de hoek kon komen. Ik vroeg hem om hiermee te stoppen. Later vertelde hij dat hij zijn werknemers had gevraagd dat allemaal te doen. Blijkbaar verspreid deze vraag zich op de manier van een glimlach.

Ik wens elke docent een goede nachtrust en een ontspannen lessen. Als u nieuwsgierig bent naar onze aanpak, volg dan bij ons de cursus Vriendelijk orde houden.

Blog #3 Glas in lood

Dionysius de Areopagiet leefde vermoedelijk in de vijfde eeuw na Christus in Syrië. Zijn verzamelde werken zijn recent vertaald door Michiel ter Horst. In de tijd dat Dionysius dit boek schreef, was Syrië het toneel van oorlog en geweld. Dionysius zoekt een oplossing. Kunnen wij in onze tijd iets met zijn aanwijzingen?

Op de kaft van het boek zie je de binnenkant van een kathedraal. Het witte licht valt binnen door glas in lood ramen. Je ziet projecties op de pilaren en de wanden van de kathedraal in kleuren en figuren. Het ene valt uiteen in het vele. Toch blijft het vele iets in zich dragen van het ene. Dionysius stelt ons deze vraag: Hoe laten wij, als vertegenwoordigers van het vele, zien dat wij horen bij het ene?

Het ene goddelijke licht is wit. Het is zo fel dat wij er niet naar kunnen kijken. Wij zien het vele. Herkennen wij in het vele het ene?

Vervang de figuren en kleuren door bevolkingsgroepen of culturen. Als wij ongeacht afkomst of achtergrond harmonieus samenleven, is dat te vergelijken het geprojecteerde beeld op de pilaren en de wanden van de kathedraal: De bevolkingsgroepen en culturen die zichtbaar dankzij het goddelijke witte licht vormen samen een harmonieuze eenheid.

Ik geef muziekles op een middelbare school. Mijn leerlingen werken het eerste deel van de les aan verschillende onderwerpen. Aan het eind van de les bied ik de leerlingen de kans om zich te verbinden via een gezamenlijke improvisatie. Afgelopen donderdag 12 februari 2016 was Michiel ter Horst aanwezig bij twee muzieklessen die ik gaf op het Pieter Nieuwland College. Ik wilde Michiel laten zien dat mijn leerlingen om de beurt hun klas dirigeren en dat er dan prachtige muziek kan ontstaan. Ik noem dit gedirigeerde improvisaties. Binnenkort ga ik naar Groningen om daar met conservatoriumstudenten te gaan werken met gedirigeerd improviseren. Op 19 februari trad op het PNC de Kizzo band op met gedirigeerde improvisaties. De bandleden dirigeren elkaar om de beurt. Iedereen stuurt en wordt gestuurd. Wilt u vast een voorproefje?

Kiezen wij voor eenheid of vechten wij elkaar de tent uit? Wat heeft de mensheid nodig om in vrede te kunnen samenwerken? Als iemand mij die laatste vraag stelt, is mijn antwoord als muziekdocent: stilte en luisteren.

Meer weten over deze werkwijze? Kijk dan eens op onze muziekmethode Wij maken samen muziek.

Blog #2 Straatmilieu op school

Op 28 januari 2016 was er op het Montessori Lyceum in Amsterdam een conferentie over schoolveiligheid. Als deelnemer bezocht ik de workshop “Incidenten rond identiteit en imago” gegeven door Loubna Tahayekt en Sharon Polak. Loubna gaf in die workshop aan dat er drie milieus zijn waar leerlingen zich anders gedragen: Thuis, de straat en school. Bij elk wisseling van milieu dienen de leerlingen zich aan te passen aan de situatie waar ze zich bevinden. Ouders vragen hun kind zich voorbeeldig te gedragen. De straat vraagt juist het tegengestelde, wees zo stoer mogelijk. De school vraagt een serieuze werkhouding.

Dit is een heel helder beeld. Het volgende voorval tijdens mijn muziekles sluit aan bij dit verschil tussen straat en school:

Ik sta te praten met een leerling en draai mij om. Vlak achter mij staat een leerling die nadat ik mij omdraai roept: hij heeft me tegen mijn scheen getrapt! Dit herhaalt hij een aantal keer. Nu beweeg ik mij altijd langzaam door het lokaal en de kans dat ik mijn voeten hoog optil en iemands scheenbeen beschadig, is zeer klein. Wat was er aan de hand? Deze leerling wilde kijken of hij de rest van de klas kon laten geloven dat ik hem had getrapt! Ik keek hem rustig aan, het werd stil in de klas en ik wees naar de deur. Ik zei erbij: “ga er maar uit, we bespreken dit na de les met de afdelingsleider”.

Na dit incident bedacht ik mij dat als ik dit niet goed zou aanpakken en iedereen zou geloven dat ik een trap had uitgedeeld, dat mij dit mijn baan kon kosten. Wat moest ik doen?

Gemeen spel
Ik besloot de leerling in het gesprek met de afdelingsleider haarfijn uit te leggen dat hij een heel gemeen spel speelde en in dat hij nu strafregels moest schrijven. Hij diende dit 50 keer over te schrijven en te laten ondertekenen door zijn ouders. Daarna mocht hij de les weer in. Zo gezegd zo gedaan. De leerling leverde de strafregels ondertekend in.

Stilte
Daarna ging ik nadenken over hoe dit zover kon komen. De klas waar deze leerling inzat kwam altijd lawaaierig binnen. Ik besloot die klas te vragen om zonder te praten binnen te komen. Daarna dacht ik, misschien is het een leuk experiment om alle mijn 19 klassen (ik geef muziekles) te vragen stil binnen te komen. De week daarna stond er op het bord: Bij binnenkomst niet praten. Bij de deur wees ik op het bord en iedereen kwam stil binnen. Die week gingen de lessen goed in alle klassen. De betreffende leerling vroeg mij wat ik vond van de les. Ik vertelde hem dat ik heel tevreden was en dat dit mede te danken was aan zijn “geintje”.

Omdat ik de vraag om stilte bij binnenkomst te streng vond, veranderde ik de vraag de week daarna in “bij binnenkomst zachtjes praten”. Van de 19 groepen die ik muziekles geef bleken er 5 groepen toch hard te praten bij binnenkomst. Hierbij zat, u raadde het al, de klas van de betreffende leerling.

De week daarna vroeg ik alleen aan de vijf lawaaierige klassen om zonder praten binnen te komen. Bij de andere klassen bleef de vraag “bij binnenkomst zacht praten” gehandhaafd. Bij de vijf lawaaierige klassen werkt de vraag om stilte als een demper op een trompet. De klassen komen nu min of meer stil binnen.

Een klaslokaal is geen schoolplein
Nu terugkomend om de milieus straat en school: De vijf klassen die te lawaaierig binnenkomen, gedragen zich in mijn muzieklessen bij het binnenkomen van de les alsof ze zich nog op het schoolplein bevinden. Als docent maak ik met mijn vraag “niet praten bij binnenkomen” duidelijk dat mijn muzieklokaal geen schoolplein is.

De andere klassen hebben deze aanwijzing van mij niet nodig, ze komen direct in de serieuze stand binnen.
Ik nodig u uit met deze simpele aanwijzing in uw lessen te gaan experimenteren.

Nieuwsgierig? Zie de cursus Vriendelijk orde houden van Rapucation